Slaapschema voor je baby per leeftijd: hoeveel slaap en hoeveel dutjes?
Een vast slaapschema voelt als houvast, zeker als je kindje ook naar de opvang gaat. Maar welk schema past bij welke leeftijd? Hier vind je richtwaarden per leeftijd, en vooral: hoe je ze gebruikt zonder dat het een keurslijf wordt.
Hoeveel slaap heeft een baby nodig?
De Amerikaanse academie voor slaapgeneeskunde (AASM) bracht in 2016 voor het eerst aanbevelingen uit, gebaseerd op een groot overzicht van onderzoek. Die worden internationaal veel gebruikt:
- 4 tot 12 maanden: 12 tot 16 uur per 24 uur, dutjes meegeteld
- 1 tot 2 jaar: 11 tot 14 uur per 24 uur, dutjes meegeteld
- 3 tot 5 jaar: 10 tot 13 uur per 24 uur, dutjes meegeteld
Voor baby's jonger dan 4 maanden geven ze bewust geen getal: de verschillen tussen baby's zijn in die eerste maanden te groot. Volg dan vooral je baby.
Let op de bandbreedte. Een baby die 12 uur slaapt en een baby die 15 uur slaapt, kunnen allebei prima uitgerust zijn. Kijk dus vooral naar je kind: is hij overdag meestal tevreden en alert, dan zit het vaak goed.
Richtwaarden per leeftijd
Onderstaande tijden zijn richtwaarden uit de praktijk, geen officiële norm. De wakkertijd is hoe lang een kindje gemiddeld wakker kan blijven voordat het weer moe wordt.
| Leeftijd | Dutjes | Wakkertijd |
|---|---|---|
| 3–4 maanden | 3–4 | 1¼ – 2 uur |
| 5–6 maanden | 3 | 2 – 2½ uur |
| 7–9 maanden | 2 | 2½ – 3½ uur |
| 10–12 maanden | 2 | 2¾ – 3¾ uur |
| 12–15 maanden | 2, soms al 1 | 2¾ – 4 uur |
| 15 maanden – 2 jaar | 1 | 5 – 5½ uur |
| 2–3 jaar | 1 (of rustmoment) | 5 – 6 uur |
Wil je weten hoe dat uitpakt voor jullie dag? Vul de leeftijd en het tijdstip van wakker worden in bij de dutjescalculator.
Zo gebruik je een schema zonder keurslijf
- Kijk eerst naar je kind, dan naar de klok. Zie je vermoeidheidssignalen eerder dan het schema zegt? Dan gaat je kind eerder naar bed. Lees ook: vermoeidheidssignalen herkennen.
- Een vaste wektijd helpt meer dan een vaste bedtijd. Wie elke ochtend rond hetzelfde tijdstip begint, krijgt vanzelf een voorspelbaarder ritme.
- De laatste wakkertijd van de dag is vaak de langste. Daarom kan een te laat of te lang laatste dutje de bedtijd verschuiven.
- Korte dutjes zijn normaal, zeker onder de 6 maanden. Een dutje van 30–45 minuten is één slaapcyclus en geen mislukking.
Schema en opvang
Op de babygroep volgen we in principe het ritme van je kind. Toch loopt de dag op de opvang anders dan thuis. Wat in de praktijk goed werkt:
- Vertel de pedagogisch medewerker hoe laat je kindje wakker werd en of het onderweg al heeft geslapen. Dan kan het eerste dutje goed worden ingeschat.
- Vraag 's middags hoe de dutjes gingen. Heeft je kind weinig geslapen, dan is een iets vroegere bedtijd vaak de beste reparatie.
- Verwacht geen exacte kopie van thuis. Ongeveer hetzelfde aantal dutjes, op ongeveer dezelfde momenten, is meestal genoeg.
Slaapt je kind structureel veel minder of veel meer dan de richtwaarden, of maak je je zorgen? Bespreek het met het consultatiebureau of je huisarts.